De Vobulisten waren op de Fraeylemaborg

De Vobulisten waren op de Fraeylemaborg

De laatste week van die legendarische bloedhete zomer 2018 en dan gaan werken op een landgoed? Is die Cor ‘gekke-gerritje’ of helemaal dwaas geworden… Dwaas? Dat zou zomaar kunnen. Op het landgoed Fraylemaborg wemelde het toevallig van de Follies wat rare en nutteloze gebouwtjes zijn. Afgeleid van het Engelse woord folly wat dwaasheid betekent. 

Dus stapte ik in de bloedhitte op de roets en reed naar Slochteren, om me voor de derde keer nuttig te maken voor de stichting Vobula. In 2015  en 2016 hielp ik ook bij deze club van vrijwilligers (beide keren in Friesland: landgoed in IJsbrechtum en Nijeberkoop). Dat beviel me destijds prima, dus ging ik op herhaling.

Vobula staat voor Vrijwillig Onderhoud BUitenplaatsen en LAndschappen. Met een clubje natuurliefhebbers werk je ‘s morgens (8.00-13.00 uur) aan natuuronderhoud en de rest van de dag mag je luieren. Als locatie koos ik dit keer voor de eeuwenoude Fraeylemaborg in Slochteren. Een ritje van 180 kilometer, iets te ver om in één dag te roetsen. Rond het middaguur vertrok ik vrijdags richting Friesland. De route west-oost blijkt altijd weer lastig te zijn. Slingerend rij ik van Kimswerd over de onverharde Slachtedijk naar het pittoreske Tzum. Dan via Baard, Jorwert uiteindelijk bij Wirdum een SVR-camping gevonden. Het werd een gratis overnachting, want de eigenaars heb ik niet gevonden. Zaterdag werd dezelfde zoektocht voor de juiste weg naar het oosten (die GPS moet er écht eens komen!). In de stad Groningen verdwaal ik natuurlijk hopeloos. Het liefst kies ik de snelweg naar Winschoten, gelukkig ligt er een parallelweg om te fietsen, die me uiteindelijk via Hoogezand naar Slochteren brengt. Na een week klussen op het landgoed is de terugreis van een geheel ander kaliber.

De bloedhitte heeft plaatsgemaakt voor een stevige wind, die ik dus de gehele rit tegen heb. Om de stad Groningen te vermijden, kies ik voor het Groninger Hoogeland: via Ten Post, Bedum naar Winsum. De plaatselijke Spar heeft een picknick bank (heerlijk, nu eens niet staand eten) en schuif aan bij een puberstel die het ongelofelijk vinden dat ik zo’n eind aan het fietsen ben. Bij Martenastate in Koarnjum zet ik rond 19 uur m’n tent op. Een unieke camping uit het Groene Boekje, want het wordt gerund door vrijwilligers uit het dorp. Ik tref het want vrijwilliger Bert geeft om 20 uur een rondleiding over het landgoed. Naast mij staat een Amsterdams stel in een de Waard tent (De grote bonte specht). ‘s Morgens krijg ik een bak koffie en raken we in gesprek over folkmuziek en volksdansen. Het is zondag, dus doe het rustig aan en vertrek eind van de ochtend voor de laatste honderd kilometer tegenwind. Even energie tanken in Zurich, buffelen op de Afsluitdijk, een liter drink-yogurt slobber ik naar binnen in Den Oever voor de laatste zware lootjes….

De klus op de borg

Eigenlijk viel het werk nogal mee. Het park was recentelijk gerestaureerd en lag er mooi bij. Hoofdzakelijk mochten we de ‘Hoge berg’ (die ontstaan was bij het uitgraven van de vijvers) ontdoen van woekerende bramen. Verder wat snoeien zodat de ‘zichtlijnen’ hersteld werden. De werkleiders dit jaar waren Marieke Zondervan en Herman van Oostwaard. Op de foto geeft Gerard de Haan ons instructies, links Marieke, rechts Herman.

De Follies in het park

Maandagavond kregen we van de beheerder Gerard een rondleiding. Boeiend wist hij over het park en de Follies te vertellen. Na de restauratie van het park, kwam het plan een prijsvraag te organiseren ‘Ontwerp je eigen folly’. Na het binnenhalen van de benodigde fondsen, mochten in 2016 tien follies gebouwd worden (die minimaal 5 jaar blijven staan). In de hoogstam boomgaard, waar we kampeerden stond de houten folly ‘Koetshuis’. De buitenkant was afgewerkt van zwart gebrand hout. Dit  bleek een oude Japanse techniek te zijn, dat het hout brandwerend en conserverend maakt. In totaal stonden er acht bouwwerken in het park, waaronder ‘Hazelnoot’ (bij de Hooge berg), ‘Strotempel’, ‘De Koperen Kamer’ (uit één stuk piepschuim bedekt met koper) en ‘Secret Oak’ (twaalfhoekig tuinhuis rondom eik).

Meest opvallende folly vond ik ‘Van Bus noar Bos’. Deed mij denken aan de magic bus uit het boek/film ‘Into the Wild’. Alleen al om de dubbeldekker bus achterin het bos te plaatsen moet al een huzaren klus geweest zijn.

Het randgebeuren

Gelukkig had ik genoeg energie over om met de roeifiets door de omgeving te toeren. In het nabijgelegen Schildmeer was het ideaal zwemmen. Ook ben ik aan het knutselen geslagen: van een paar dikke boomtakken heb ik drie ‘Mölky’ (houthakkers) spellen gemaakt. Ook Inge was creatief bezig, zij maakte een houten gereedschapskist. Deze (met het spel) diende als cadeau voor Jan Uythof. De bijna tachtigjarige Jan vond het na ’22 jaar Vobula’ mooi geweest.

 

De noeste Vobulisten:

Marieke Brakkee & Ingmar Zondervan uit Tuitjenhorn, Herman & Marieke van Oostwaard uit De Bilt, Jan Uythof & Adrie de Greef uit Dedemsvaart, Irene Kamp uit Dordrecht, Cor Zwaag uit Anna Paulowna, Inge van Wel & Sanna Nederstigt uit Heiloo, Jan Haisma & Jessica Langenhoff uit Leiderdorp, Nanda Beijerbracht & Dries van der Sluijs uit Leuvenheim, Mieke Walschot uit Eindhoven, Marijke Hoekstra uit  Amersfoort en Kaai en Leo Hanhart uit Vleuten.

Meer informatie over Vobula kijk op deze site

 

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *