Schotland is for me (update 1 & 2)

Schotland is for me (update 1 & 2)

Het is mijn vierde reis naar Schotland. Twee keer met Brigit in de vierwieler (dat is lang geleden), zo’n vijf jaar terug samen met Ingmar, Alco & Esther naar Arran. Dit jaar samen gedeeltelijk met Ingmar & Marike (eerste week) en daarna twee weken in m’n uppie door Schotland zwerven op de roeifiets.

Wat bezielt ons toch om steeds de uiterste grenzen van een land op te zoeken. Ik deed het al door naar Finisterra te roetsen (noord-west Spanje). Nu had Ingmar het idee om naar het uiterste westpunt van Mull te gaan: “Ga je mee Cor”, vroeg hij me 2 maanden terug. Voor de ideetjes van Ingmar ben ik meestal wel te porren. Samen met Marike ging hij op het eiland Mull een weekje wandelen. Dat is mooi te combineren door aansluitend 2 weken met m’n roeifiets op trektocht te gaan.

Maandag 13 mei vertrokken we met een afgeladen auto (fiets op het dak) met de boot naar Newcastle, waarna dinsdag het avontuur begon. Naar Mull is het 450 km, zou op 1 dag kunnen. We kozen gelukkig de relaxte route en voorbij Loch Lomond, vlakbij Glencoe zetten we onze tenten op achter het King House hotel. Een bekende wild-kampeerplek voor Ingmar, maar ook voor mij. Ik herkende het bruggetje bij een wandelpad, waar ik ooit met Brigit was. Woensdag komen we op onze bestemming: camping Fidden bij Fionnphort, het uiterst westelijke puntje van Mull. Hier is ook de overtocht naar het magische eilandje Iona, waar we donderdag heen gaan. De abdij van St.Columba waar Iona beroemd om is, zien we alleen van de buitenkant (15 pond toegang vinden we te gortig). Om weer eens de grenzen op te zoeken, lopen we naar het zuidwestelijk puntje: het keien strandje waar 1500 jaar terug St.Columba voet aan wal zette. Vrijdag varen Ingmar en Marike naar het beroemde eilandje Staffa (zeshoekige rotszuilen). Liever roets ik 130 km. over Mull, lekker zonder bepakking scheuren. Zaterdag gaan we met z’n drietjes wandelen op het schiereiland Ardtun. Voor het eerst miezert het en moeten we oppassen om bij de kust niet uit te glijden over de stenen. Volgens gids Ingmar zouden er in een kloof steenfossielen te zien zijn. Klauterend vinden we de smalle kloof en klauteren deze omhoog. De ‘fossiel hunters’ waren ons voor geweest, het leverde wel mooie foto’s op.

De eerste op wandelavontuur: links Marike Dijkstra, rechts Ingmar Zondervan.
Op de heenreis aan Loch Lomand stenen tellen….

De bedoeling was dat ik op de terugtocht in Oban m’n eigen weg zou kiezen. ‘Waarom ga je niet mee met ons naar Arran’ opperde Ingmar. Tsja, dat ligt niet op de noordelijke route, maar wat maakt de route uit. Het is de reis die het mooi maakt en via Arran is de noordelijke route veel mooier. Op Arran wist Ingmar een mooi wildkampeerplekje langs de westkust. Hier maken we  ‘s avonds een kampvuur om de volgende dag afscheid te nemen. Ingmar & Marike vertrekken met de veerpont Brodick-Ardrossan.

Samen met Ingmar de route plannen
Onze fantastische mooi kampeerplek op het eiland Mull (4 dagen gestaan)

Op m’n uppie door Schotland (update 2)

Na die eerste zeer intensieve week met Ingmar & Marike, keerde voor mij de rust terug. Een omschakeling die eerlijk gezegd wel even wennen was. Veel minder reuring, maar wel weer het ultieme vrijheidsgevoel!

In het ‘Little rock cafe’ van Brodwick, laat ik me verwennen op koffie en een stevig ontbijt. Hier is ook wifi, dus gelijk wat berichten rondgestuurd. Daarna weer op de bagageloze roeifiets gestapt om het rondje Arran-zuid te vervolgen om uiteindelijk weer op de wildkampeerplek terug te keren. Je tent en spullen onbeheerd achterlaten, gaf me een onbestendig gevoel. Terugkomen en alles is foetsie…. wat dan? Gelukkig stond die trouwe MSR-tent er nog.

Dinsdag ben ik met de veerpont van Lochronza naar Claonaig vertrokken. De Engelse taal moet ik nodig bijspijkeren. De kaartjesverkoop dame vroeg of ik enkele reis of retour wilde. Ik begreep haar niet, waarna ze zoiets vroeg als ‘You want back’. Waarop ik enthousiast zei: Yes, of course Arran is a beautiful island’, en ongewild kreeg ik een retourkaartje. Het beoogde rondje Kintyre laat ik schieten. Het routeboekje gaf aan om rondje schiereiland Knapdale te rijden. Vlak voor Tarbert sla ik links af, waarna ik nog 25 km. moet rijden voor de camping. Dat afstandje werd nog een pittige kluif met veel nijdige klimmetjes, door een schitterend bosrijk gebied. Bij het gehucht Kilberry, ligt aan zee de camping ‘Port Ban’. Van een zeer vriendelijke dame krijg ik uitleg wat voor moois er hier te vinden is. Tjonge wat een luxe! (op de folder lees ik dat ze ook glamping zijn). Op het terras neem ik koffie, sla proviand in om te koken. Ook is er gratis Wifi en krijg een stekker te leen om e.e.a. op te laden. Op Port Ban zijn weinig kampeerders: ´wat een heerlijke rust hier´. Dat is me die 15 pond kampeergeld dik waard. Na m’n 1-pans smulhap, ga ik naar de verlaten speelhal en installeer me om m’n deze blogberichten te tikken. Tegen half negen is het gedaan met de rust. In het zaaltje naast mij is een soort christelijke bijeenkomst met samenzang. Mwah, klinkt nog niet eens zo slecht. Woensdag vertrek ik richting Oban. Een ritje van 90 km., maar ik laat me niet haasten. Op het traject zijn weinig campings, dus wellicht weer lekker in het wild…?

Op Arran de laatste avond samen met Marike en Ingmar: kampvuurtje maken.
Een korte impressie van de eerste week samen met Ingmar en Marike

1 Comment

  1. John
    mei 30, 2019

    He cor! Mooi verhaal, wat een ervaring!
    Nog wat mooie, unieke fotos ter ondersteuning en ik ben verkocht….;-)
    Njoy, groetjes Neef John
    En de koffie staat altijd klaar in Adam
    Cheers

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *