Er is één ding wat ik niet zou willen missen…

Er is één ding wat ik niet zou willen missen…

Wat maakt vissen zo leuk? Mijn vader Jaap Zwaag was er dol op, maar ik vond het een oersaaie tijdsbesteding. Eindeloos wachten tot die vis bijt en wat moet je er dan mee? Dit geldt niet voor mijn vader Jaap. Want er was beslist maar één ding wat hij nooit zou willen missen….. vissen!

Bij het opruimen van fotoalbums kom ik tientallen actiefoto’s van mijn vader tegen. In z’n bootje op de Waddenzee en daarna trots poserend met een grote paling. Daar horen vast spannende verhalen bij. Helaas kan ik hij er niet meer over vertellen (hij overleed in 2010), toch blijft het leuk om in de geschiedenis te graven.

De hobby vissen is ontstaan op aanraden van de huisarts van mijn vader. Van de zorgen om de winkel in Breezand had hij een maagzweer overgehouden. De winkel werd verkocht en we verhuisden naar een hoekhuis aan de Burg.Mijnlieffstraat.

Een paar jaar later kwam het jonge stel Adri en Elly Weij in de straat wonen. Adri was zeker twintig jaar jonger, maar het klikte prima met mijn vader. Op 100 meter afstand lag het Oude Veer. Voor mij geweldig zwemwater, voor Jaap en Adri een mooie visstek. Tussen het riet aan de wal timmerden we een houten steiger, dat kon nog in die jaren zeventig. Compleet met trappetje voor het zwemmen in het Oude Veer.

Zo tref ik een foto uit 1975 met de steiger. Jaap met hengel, Adri met flesje bier. Van lol maken hielden de mannen wel. Zo weet ik nog van de weddenschap, Adri: ‘als je met sigaar erin springt en de sigaar brand nog dan win je’. Het lukte Jaap en de bewijs foto kom ik in het boek van 1994 tegen.

Jaap is 65 geworden en krijgt van Adri een 65-pas met de brandende sigaar foto, ooit gemaakt vanwege de weddenschap.

Het hengelen aan Oude Veer werd in de jaren tachtig ingewisseld voor het zeevissen. Jaap kocht een nieuwe houten boot, die hij aan twee ankers aan de Waddenzee lag. Lekker makkelijk, de buitenboordmotor ging mee in de auto, terwijl boot achterbleef. Alleen in de winter ging de boot eruit en kreeg een schilderbeurt bij Jaap en Frida Wiggers in Breezand.

Vissen op het wad was een bezigheid waar je zo een dag voor kon uittrekken. Makkelijk was om je aas (pieren) bij Wiggers te kopen, maar dat deed Jaap bijna nooit. Hij schuwde het zware werk niet en spitte de pieren zelf. In een uur tijd had hij er zo honderd gespit. Zo’n aantal was nodig om te kunnen poeren. Het gewoon vissen met hengel en drie haken was ingewisseld voor de poerstok. De pieren werden aan een draad geregen, geknoopt tot een bol (zonder haak) met lood aan een stok. Poeren deed je met opkomend tij, wanneer het water onder de boot ging stromen.

Heel soms ging ik met mijn vader mee. Zo zie ik een foto uit 1986 waar we ‘s nachts met gaslamp op het wad zijn. Zulke uitstapjes leverde natuurlijk spannende avonturen op die mijn vader graag aan z’n collega’s van de krant vertelde.  

Zo haalde hij in 1985 de krant met een ludiek stukje: ‘Jaap vangt vis met spinazie’. Het bleek om een harder te gaan ‘een vliegende vissoort’ die spontaan in z’n boot was gesprongen.  Met een gekke bek schrijft de verslaggever: ‘De harder is een planteneter en niet happig op een wormpje. Jaap was daarom met een paar blaadjes spinazie de hele dag in de weer om dit visje te verschalken’.

Zijn zwager Jan Stadig was één van de vaste vismaten van mijn vader. De beide oud-kruideniers konden het goed met elkaar vinden. Toen ze op een dag samen naar de visbeurs in Amsterdam gingen, had Jaap zich laten verleiden om spontaan een nieuwe boot met trailer te kopen. Dat was voor mijn moeder even schrikken, zonder overleg zo’n dure boot op de dam.

Deze impulsieve investering was echter geen miskoop. Na zijn pensionering in 1993 ging hij het liefst elke dag naar ‘t Kuitje. Hij behaalde z’n vaarbewijs en ging o.a. met zijn visvriend Kees van Vliet ook verder de Noordzee op, om te wrakvissen. Meestal ging dat goed en kwamen de mannen met emmers vol vis terug. Op een pechdag hield motor er mee op en ook de reserve motor kregen ze niet aan de gang. Net voordat hun boot op de stenenkust dreigde stuk te slaan, kregen ze hulp van een andere boot, die hun terug wist te slepen.

Tot in de jaren negentig beleefde het wadvissen z’n hoogtij. Jaap werd penningmeester van zeevisvereniging ‘t Kuitje die zo’n vijfhonderd leden telde. Die topjaren duurden totdat er steeds minder werd gevangen op de Waddenzee.

Wat blijft zijn de stoere herinneringen van het poeren op het wad! Het huis aan de Burg.Mijnlieffstraat waar de vishobby van mijn ontstond, heeft jarenlang de naam ‘De Visserman’ gedragen.

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *