‘Wij gaan autoloos door het leven’. Twaalf jaar hielden we deze levenswijze vol, totdat we in 2024 de Ford Fusion van mijn schoonvader erfde. Een prima betrouwbaar karretje, maar helaas de APK keuring van april heeft hij niet gehaald. Gaan we weer een auto huren of kopen we een andere? Het ding maakt je lui, maar toch kozen we voor het gemak. Vanaf donderdag 12 maart rijden we weer in een eigen auto: de Dacia Sandero!
Het kopen van een auto vind ik een spannend moment, dat dertig jaar geleden voor het laatst deed. In 1996 kocht ik een spik-splinter nieuwe Ford Fiësta. Een Ghia uitvoering, dus behoorlijk luxe met alles erop. Doe maar duur, ik werkte voor mezelf en kon de autokosten aftrekken.

Waarom koop je toch zo’n kleine auto? Nogal wat mensen verklaarde me voor gek dat ik geen grotere kocht. Je hebt drie kinderen, die kan je dát toch niet aandoen? Maar mijn vorige auto was ook een Fiësta. Klein maar fijn en het parkeert lekker makkelijk in. Voor vakanties konden we vaak de grotere auto van mijn ouders lenen of we huurden een aanhangwagentje bij garage de Block.

De blauwe Ford Fiësta was een heerlijk autootje maar na tien jaar kwamen de grote kosten: de versnellingsbak was in de soep gereden. Laten repareren, dat was de auto niet waard. Vijftig gulden bracht hij op bij de sloper. Jarenlang kreeg ik een mooie kilometer vergoeding van mijn werkgever, totdat er een leasewagen kwam.


De volgende auto werd er eentje van de zaak. Als vertegenwoordiger had ik daar recht op. Eerst een Opel Meriva, maar een half jaar later mocht ik een nieuwe uitzoeken. Mijn keus viel op de Renault Kangoo. Een tikkeltje ongebruikelijk voor een vertegenwoordiger, maar directeur Hans Nijpels vond het goed. Hij waardeerde mij als verkoper en gunde me de auto.

De Kangoo leek op de Renault 4 die we in de beginjaren van ons huwelijk reden, alleen een stuk luxer en nog groter. Ideaal voor de vakanties met de kinderen. Al bladerend in m’n fotoalbums kom ik hem vaak tegen: met aanhangwagen en vijf fietsen erin op weg naar het plaatsje Een in Drenthe om samen met de familie van Zessen (ook Kangoo rijders) te kamperen op een boerencamping vlakbij het Rono meertje.
De laatste auto die ik tot 2012 als auto van de zaak reed was een Skoda Roomster. Door een functiewisseling (ik werd verkoper binnendienst) moest ik deze inleveren. Vanaf die tijd kochten we geen auto, maar huurde of leende er eentje als het echt nodig was.


De beste herinneringen hebben we aan de rode Renault 4. In 1985 was het onze trouwauto. Na ons feest ’s avonds stonden drie Renault 4’s ingepakt (de onze, buren Op ’t Veld en die van vrienden uit Dalfsen). Op onze reizen door Schotland en Wales deden we er van alles mee. Hij reed op LPG en dat was lastig te tanken en het starten op benzine lukte vaak niet. Of dat lekkende voorraam. Een wasteiltje ving het op, een gaatje in de bodem boren zou ook helpen, maar vond Brigit een slecht idee…

De rode Renault 4 GTL werd eind jaren tachtig ingeruild voor een duffe blauwe Ford Escort. In 1988 kochten we bij autobedrijf Temme een rode Ford Fiesta Finesse. Vanwege de triathlonkrant maakte ik voor Temme een aanbeveling advertentie.


Mijn rijbewijs haalde ik op mijn achttiende. Ik woonde nog bij m’n ouders werkte bij mijn vader op kantoor. De eerste auto was een Datsun Cherry 100A, wat een topkarretje was dat! Ideaal om m’n surfplank op te vervoeren om naar het IJsselmeer of Amstelmeer te rijden.

Ooit reed ik er iets te enthousiast het Lutjestrand mee op en kwam bij de vloedlijn vast te zitten. Foutje, gelukkig lukte het me de auto uit het zand te krijgen. Daarna ruilde ik de auto bij Temme in voor een blitse rode Fiat sportcoupé. In mijn verkeringstijd met Brigit reed ik met deze buikschuiver naar Amsterdam of leende de grote luxe Ford Granada van mijn vader.

Een auto kopen, het is zeker niet de beste investering die je kunt doen. Het is duur, slecht voor het milieu, maar je komt er wel ergens mee. Ik ben benieuwd hoelang de Dacia Sandero (uit 2014 met 88.170 kilometer op de teller) mee zal gaan zonder al teveel kosten….


