‘Laat je baard staan’, komt uit het bekende nummer ‘Red Mij Niet’. Hierin bezingt Maarten van Roozendaal de wens om met rust gelaten te worden door betweters en religieuze ridders. Zou die baard de reden zijn dat ze in Eindhoven dachten dat ik een verdacht persoon ben en op een dakloze lijk?
Met Brigit waren we een dikke week in Eindhoven. Onze dochter Frea kon wel wat hulp gebruiken, want haar lief was op reis en onze kleinzoon Jelte zien we eigenlijk veel te weinig. Zo komen we weer eens in een andere omgeving. Terwijl Brigit lekker in en rond het jaren dertig huis rondscharrelt, zoek ik het wat verderop in de buurt.

In het universiteit gebouw is een tentoonstelling van bekroonde wereldpersfoto’s. ‘Indringend, verrassend en soms confronterend’. Op de kroegfiets van Joris scheur ik erheen. Uiteraard pak ik ook de gezellige binnenstad voor een bezoek aan de grote bieb en die fantastische Decathlon winkel. In deze snoepwinkel scoor ik weer wat outdoor kleding.
M’n tweewekelijkse scheerbeurt was erin geschoten, dus zie er wat slordig uit. Dat merkte ik de dag erop bij een wandeltocht in een buurt met mooie dure huizen. ‘Bent u op zoek naar iemand?’. Een man in een auto draait z’n raam open. Ik vertel hem dat ik toerist ben en een beetje rondkuier. Kennelijk vindt de man dat ik een verdachte persoon ben. ‘Er wordt in onze buurt vaak ingebroken en uw gedrag viel me op’. Ik complimenteer de man op z’n alertheid en vervolg m’n weg…

Tijdens ons bezoek kon Frea ook genieten van mijn ‘betere Nederlandse muziek smaak’. Zo kwam Maarten van Roozendaal regelmatig langs met z’n Redt Mij Niet. ‘Laat je baard staan. Ach man, laat je baard staan. Maar red mij niet. Trek een jurk aan. Ach man, trek een mooie paarse jurk aan. Maar red mij niet’. Mooi lied maar de dames vinden het helemaal niks.
Zaterdag ga ik naar de opening van het nieuwe Daklozen centrum. Ooit was het gebouw (Zuidwester) een buurtcentrum. Dat gaf bij sommige buurtbewoners strubbels (op deze site te lezen) die bang waren dat hun buurt ging verpauperen. Wanneer ik in het prachtig verbouwde pand rondkijk wordt ik aangesproken: ‘Bent u toevallig ook een bewoner?’. Weer die ongeschoren baard die de aandacht trekt? Als lolbroek antwoord ik: ‘Nee, maar ik woon wél tijdelijk in de buurt’ en daarna wat serieuzer: ‘We passen op onze kleinzoon en logeren een weekje bij onze kinderen’.
Over een maand gaan we op herhaling voor de oppas in Eindhoven. Uiteraard ga ik weer verder met het verkennen van de buurt waaronder de Zuidwester. In hetzelfde gebouw is voor de buurt een kleine ruimte: ‘De Buurtkamer’. Ben benieuwd of daar een bakkie koffie te scoren is….
